Wormbesmettingen en ontwormen
Omdat besmettingen bij jonge paarden levensbedreigend kunnen zijn, is ontworming natuurlijk belangrijk. In steeds meer gevallen zijn de ontwormingsmiddelen niet meer werkzaam, doordat wormen resistent zijn tegen steeds meer middelen (1,2).
Wormen en de darmflora
Wormen zoals spoelwormen, bloedwormen en lintwormen zijn parasieten die van nature in de darm van veel dieren leven en daar normaal gesproken geen schade veroorzaken. Onder bepaalde omstandigheden kunnen wormbesmettingen zelfs allergie voorkomen of verminderen (3). Een gezond darmmicrobioom houdt normaal gesproken parasieten zoals wormen onder controle.
Echter, bij jonge dieren moet het microbioom zich nog ontwikkelen en kunnen infecties met o.a. wormen gevaarlijk worden.
In natuurlijke populaties is dit ook een vorm van selectie; dieren die te zwak zijn, geen goede afweer hebben of anderszins niet gezond zijn worden dan ziek van zo'n besmetting en kunnen eraan bezwijken. Aangezien wij als eigenaar natuurlijk niet willen dat natuurlijke selectie onze dieren doet bezwijken, heeft de wetenschap ontwormingsmiddelen ontwikkeld die de wormen doodt. Dit maakt het voor onze (jonge) dieren makkelijker een besmetting te boven te komen.
Jarenlang was dat zo succesvol, dat heel veel paardenhouders dachten het zekere voor het onzekere te nemen door liever een paar keer vaker te ontwormen. Dat gebeurde dan vooral ook heel regelmatig, onafhankelijk van de noodzaak.
Ontstaan van resistentie
Wormen planten zich vlot voort, zodat dit overmatige gebruik van ontwormingsmiddelen er al snel voor zorgde dat er een selectie ontstond; wormen (en larven van wormen) die de middelen overleefden (resistent waren), konden zich weer ongeremd voortplanten en gaven deze resistentie door aan hun nakomelingen. Met als resultaat dat nu steeds meer wormsoorten tegen steeds meer werkzame stoffen resistent zijn (2).
Dit is heel zorgwekkend, want alternatieven zijn er niet. Brede resistentie betekent gewoonweg dat wat je je veulen, jaarling of paard ook geeft, het middel niet zal helpen om de wormen te doden. Daarmee zijn we weer terug bij af:
er zullen weer veel meer paarden sterven aan wormbesmettingen.
Het gevaar van resistentie
De steeds grotere aantallen resistente wormen zijn reden tot zorg volgens experts (2). Voor de werkzame stof fenbendazol vonden bijvoorbeeld alle 58 studies uit verschillende landen resistentie bij bloedwormen (2). Voor pyrantel embonaat(ook bekend als pyrantel pamoaat) vond 92% van 31 studies slechte werking. Veel studies vonden ook resistentie bij bloedwormen.
Nog zorgwekkender is dat nieuwere studies nu ook beginnende resistentie van bloedwormen tegen ivermectine en zelfs moxidectine bij bloedwormen vonden:
bij jaarlingen duurde het bijvoorbeeld maar 4 weken voordat de eitellingen
(een maatstaf van hoeveel wormen er in de darm van een paard leven) weer omhoog gingen. Dat is veel te snel, en als er dan als gevolg daarvan nog sneller weer wordt ontwormd, is de kans op volledige resistentie en daarmee nutteloze ontwormingsmiddelen erg groot, zelfs op korte termijn (2). Bij spoelwormen is al langer resistentie tegen ivermectine bekend, de resistentie van spoelwormen tegen pyrantel embonaat ligt rond de 25 % en bij fenbendazol iets lager, 23% (1). Hoe vaker veulens en jonge paarden met deze middelen worden ontwormd, hoe sneller de resistentie omhoog gaat.
Alternatieve maatregelen naast ontwormen
Kunnen we dan niets doen om dit tegen te gaan? Zeker wel.
- Ten eerste, merries met veulens en jonge dieren moeten beslist op schone weides komen te staan. Dagelijks – of tenminste meerdere keren per week - uitmesten is een must, verspreiden van mest met een weidesleep is juist gevaarlijk (want daarmee verspreid je de eitjes juist, en uitdrogen doen ze echt niet allemaal).
- Ook paddocks moeten schoon gehouden worden, vooral de eitjes van spoelwormen kunnen lang overleven, ook in paddocks en stallen.
- Gezond, schoon ruwvoer, een goede balancer om het darmslijmvlies goed in conditie te houden en weinig stress (dus geen verhuizingen, bij jonge dieren goede sociale contacten met leeftijdgenoten en vooral stressvrij spenen op latere leeftijd) zijn absoluut essentieel.
Vooral de factor stress wordt erg onderschat; geen gesleep met merrie en veulen, gezelschap van andere veulens gedurende het opgroeien en het geleidelijk spenen op oudere leeftijd (liefst pas na 8-9 maand of langer!) is ontzettend belangrijk. De ergste besmettingen ontstaan vaak na het spenen, als veulens plotseling op te jonge leeftijd (ja, 6 maand is ook te jong) weggehaald worden en in een groep met vreemde leeftijdgenoten komen, waar vaak niet eens een volwassen paard als stabiliserende factor aanwezig is. Als dit allemaal goed gaat, hebben deze jonge paarden vaak al een hele grote stap gezet naar een gezonde darmflora en een goede weerstand tegen wormbesmettingen. Als ze dan ook nog opgroeien in weides die niet te rijk zijn (suikerrijk gras is funest voor het darmmicrobioom) maar juist veel verschillende grassoorten en kruiden bevatten, en groot genoeg zijn om besmettingen met wormlarven te kunnen vermijden, dan heb je de volgende bonus binnen.„Groot genoeg“ wordt in veel literatuur als ongeveer 1 tot 2 volwassen paarden per hectare aangegeven; voor jonge paarden zou ik zeker het lagere aantal aanhouden, tenzij je dagelijks de mest weghaalt. Voor een groep van 10 jonge paarden heb je dan een weiland van ca. 10 hecare nodig; dat is in Nederland lang niet altijd mogelijk.
Mest composteren?
Mest composteren is in tegenstelling tot verspreiden wel een goed idee, als je de composthoop goed aanlegt en ervoor zorgt dat deze goed afgedekt is. De temperatuur in zo'n composthoop kan behoorlijk oplopen, zodat de eitjes sterven en de mest daarna veilig te verspreiden is. Het is wel van belang dat dit zorgvuldig gebeurt en dat er langere tijd gewacht wordt. Het is niet aan te bevelen mest van paarden met hoge wormtellingen op het eigen land te gebruiken, ook niet als compost.
Ontwormen blijft nodig
Dit is natuurlijk niet het enige, slim ontwormen hoort er net zo goed bij, alleen dan wel op basis van mestonderzoek. Dit kan elke dierenarts doen (en je kunt het ook zelf leren) en moet op zijn vroegst ongeveer 8 weken na een wormkuur gebeuren. Als je paard geen wormkuur nodig heeft, dan dient het mestonderzoek om de 2-3 maand herhaald te worden. Als je dan alleen de dieren die hoge eitellingen hebben (vaak wordt vanaf 200 eitjes per gram mest genoemd, EPG) ontwormt met een middel wat voor de gevonden wormsoorten geschikt is (dus bijvoorbeeld geen ivermectine voor spoelwormen!) dan heb je nog steeds een heel grote kans je paarden gezond op te laten groeien en wormbesmettingen laag te houden. Nogmaals, deze hoeven echt niet nul te zijn, maar tenminste stabiel op een laag niveau.
Timing mestonderzoek
In de winter is mestonderzoek minder handig, omdat wormen dan geen eieren uitscheiden. Wat wel verstandig kan zijn is om bij (met name jonge) paarden met hoge eitellingen van bloedwormen, in de herfst / winter met moxidectine te ontwormen, omdat dit middel ook ingekapselde larven kan doden en een heftige uitbraak in het voorjaar kan verhinderen (2).
De lintworm
Lintwormen kunnen soms ook een probleem vormen, ook bij oudere paarden, maar dit is niet vaak het geval. Desondanks is het raadzaam met je dierenarts te overleggen over een behandeling tegen lintwormen , zeker als deze op jouw stal al eens gevonden zijn. Lintwormen scheiden maar weinig eitjes uit, dat maakt het mestonderzoek lastig.
Via aanvullend onderzoek zijn ze wel te vinden, net als aarsmaden, die soms met name bij veulens en jonge paarden kunnen voorkomen en veel jeuk rond de staart kunnen geven.
Horzellarven
Voor veel paarden die in gebieden staan waar horzels voorkomen is een éénmalige behandeling in de winter met ivermectine tegen horzellarves aan te bevelen, omdat deze na oplikken van de eitjes (die op de vacht worden gelegd) beschadigingen en irritaties in de maag en darm kunnen veroorzaken, met bijvoorbeeld kolieksymptomen en maagzweren als gevolg. Je kunt vrij eenvoudig de eitjes (kleine gele puntjes aan de vacht) zodra je ze ziet met een speciaal blokje of mesje, verkrijgbaar bij ruitersportzaken, weghalen, maar als het er erg veel zijn is het wel aan te bevelen om rond de eerste nachtvorst je paard met ivermectine te behandelen.
Een minder voorkomende besmetting is Habronemiasis, zie hiervoor onze blog over dit thema.
Verder is veel informatie over verschillende wormbesmettingen, symptomen etc. ook te vinden op de website wormenco.nl en https://wormbestrijding.nl/.
Idhuna Barelds
Biologe/ethologe
17 juli 2026
Bronnen:
1) https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9606941/
2) https://www.vettimes.com/news/vets/equine/the-worms-have-turned-an-update-on-anthelmintic-resistance
3) https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6585781/
4) https://pubs.nmsu.edu/_b/B722/index.html